Slavernij herdacht in steen en staal

Annemarie de Wildt

Kwakoe, gemaakt door Jozef Klas in 1963 | beeld: Annemarie de Wildt

Van de  duizenden beelden in de openbare ruimte in Amsterdam hebben er slechts enkele betrekking op slavernij. De ratio is in de Surinaamse hoofdstad heel wat hoger. Van de 111 stand- en borstbeelden en andere gedenktekens die Eric Kastelein beschrijft in Oog in oog met Paramaribo herinneren er negen aan slavernij.

‘Verhalen over herinneringserfgoed’ is de ondertitel van het fraai uitgegeven gebonden boek, dat een caleidoscopisch beeld schetst van de Surinaamse geschiedenis aan de hand van gedenktekens. In Suriname zijn er nauwelijks abstracte of figuratieve autonome kunstwerken, die vooral bedoeld zijn om de openbare ruimte te verfraaien en voorbijgangers te verassen. De meeste beelden in de openbare ruimte zijn inderdaad herinneringserfgoed. Samen vertellen ze allerlei Surinaamse geschiedenissen.

Onafhankelijkheidsplein tijdens een wandeling | beeld: Annemarie de Wildt

Ik focus hier op de slavernijgedenktekens, die ook tonen hoe het denken over slavernij zich ontwikkeld heeft. Bij de formele wettelijke afschaffing op 1 juli 1863 werd de mythe gecreëerd van de toenmalige koning Willem III als de grote slavenbevrijder. Het eerste monument ter herdenking van de Emancipatie is dan ook het in 1913  aangebrachte medaillon van Willem III in het fronton van het ministerie van Financiën aan het Onafhankelijkheidsplein. Eigenlijk moest het een standbeeld worden, maar daarvoor was niet genoeg geld opgehaald. Bij een wandeling door Paramaribo in het kader van een workshop storytelling met leraren, geschiedenisstudenten en gidsen bleek dat veel deelnemers het hoog geplaatste medaillon zelfs nog nooit bewust gezien hadden.

Medaillon van Willem III op het het ministerie van Financiën | beeld: Annemarie de Wildt

Kwakoe

Het meest bekende slavernijmonument van Paramaribo is het in 1963 onthulde beeld ‘Kwakoe’ van Jozef Klas ter herinnering aan 100 jaar afschaffing. In West-Afrika worden jongens vaak genoemd naar de dag van hun geboorte, op woensdag geboren jongens heten dan Kwakoe. Vanaf woensdag 1 juli 1863 was slavernij wettelijk verboden. Net als bij het Amsterdamse nationale slavernijmonument krijgt het Kwakoebeeld in de dagen voor Keti Koti pangi’s omgehangen. In 1963 werd er ook een herdenkingsboom geplant op de hoek van de Saramaccastraat en Zwartenhovenbrugstraat. Een plaquette ontbreekt, maar dankzij Kastelein weten we nu weer dat het niet zomaar een groenhart-boom is.

Brandstichters

In de koloniale geschiedschrijving werden Cojo, Mentor en Present steevast beschreven als brandstichters, verantwoordelijk voor de grote stadsbrand van 1832. In werkelijkheid waren ze gevlucht voor hun wrede eigenaren en hoopten ze met de brand ook anderen te bevrijden. Nadat ze gepakt waren, stierven ze een gruwelijke dood – op de brandstapel. Toch duurde het nog tot 2000 voordat er een plaquette verscheen voor Heiligenweg 11, waar de brand begon, en het plein naar hen hernoemd werd. Het plan van kunstenaar Erwin de Vries voor een standbeeld strandde op geldgebrek, maar in 2018 kwam er een grotere plaquette met de portretjes die Gerrit Schouten maakte van deze ‘moedige slaven’.

Marron monument

Het enige beeld van Marcel Pinas in de openbare ruimte in Paramaribo is het indrukwekkende stalen ‘Monument van 10 oktober 1760’, onthuld in 2006 op het gelijknamige plein. Sinds 1974 wordt op 10 oktober de Dag van de Marrons gevierd. De Marrons ontvluchtten het slavenbestaan op de plantages en stichtten gemeenschappen in het oerwoud. In 1760 sloten ze het eerste vredesverdrag met de koloniale overheid. Dit monument is, net als veel andere monumenten, ook een plek waar wordt herdacht met plengoffers, toespraken en muziek.

Monument van 10 oktober 1760 door Marcel Pinas | beeld: Annemarie de Wildt

Tijdens de stadswandeling in 2019 nam Cynthia McLeod ons mee langs een opmerkelijk monument dat in 2013 gerealiseerd is: een historische waterput in de Oude Hofstraat. Voor de tot slaaf gemaakte vrouwen in Paramaribo was dit meer dan een plek om drinkwater te halen. Hier wisselden ze nieuwtjes uit en gaven elkaar informatie door. De spirituele kracht van het water speelt een grote rol in de wintireligie. De stichting Fiti fu Winti, drijvende kracht achter het herstel van de put, streeft naar behoud van de Afro-Surinaamse cultuur en het Winti-geloof.

Visuele kracht

Het laatste slavernijgedenkteken is de in 2018 onthulde plaquette ter herinnering aan 155 jaar Keti Koti bij de Waterkant. Het staat bij de Ston Trapu (stenen trap) waar de gevangen Afrikanen aan land gingen. De plaquette vermeldt dat er meer dan 550.000 mensen tot slaaf gemaakt zijn. Tekenend voor de zorgvuldigheid van Kastelein is de verwijzing naar (andere) cijfers in de literatuur. Het boek telt 1219 noten en is daarmee, ook door omvang en dikte meer een naslagwerk, dan een boek waarmee je in de hitte van Paramaribo op pad gaat. Een plattegrond was handig geweest, bijvoorbeeld om te zien waar concentraties van gedenktekens zijn.

Plaquette 155 jaar Keti Koti | beeld: Annemarie de Wildt

De auteur vermijdt esthetische oordelen. Bij de plaquette uit 2018, waar de namen van de initiatiefnemers voor dit monument voor de veelal naamloze gevangenen in vette letters vermeld staan, had dat wat mij betreft niet misstaan. Een monument heeft impact door de visuele kracht en dat ontbreekt geheel bij dit samenraapsel van stenen boeien en plichtmatige kettingen waar geen kunstenaar aan te pas is gekomen.

Immigratie

Naast het hoofdstuk slavernij is er in het thematisch geordende boek, ook aandacht voor beelden in relatie tot de koloniale overheid en koningshuis, economie, religie, cultuur en politiek. De beelden met als thema immigratie zijn eigenlijk ook rechtstreeks verbonden met slavernij. Na de afschaffing werd immers in Brits-Indië en Nederlands-Indië naar vervangende arbeidskrachten gezocht. Herdenking van die migratie leverde ook iconische beelden, zoals Baba en Mai, die sinds 1994 symbool staan voor de Hindostaanse immigratie.

Baba en Mai door Krishnapersad Khedoe, onthuld in 1994 | beeld: Annemarie de Wildt

Het standbeeld van Janey Tetary is een Surinaams voorbeeld van de recente ‘beeldenstorm’. Het marmeren borstbeeld van G.H. Barnet Lyon, baas van het immigratiedepartement, moest in 2017 plaats maken voor de strijdbare contractarbeidster. Barnet Lyon verhuisde naar de tuin van de bibliotheek van het Surinaams Museum om plaats te maken voor ‘Tetary, de koppige’ zoals ze genoemd werd in het boek van Radjinder Bhagwanbali. Janey kwam als contractarbeidster I/491 samen met haar dochtertje aan in 1880. Ze speelde een belangrijke rol in de opstand op plantage Zorg en Hoop en wordt neergeschoten bij het neerslaan van de opstand.

Janey Tetary door George Ramjiawansingh, onthuld in 2017 | beeld: Annemarie de Wildt

De campagne “Tetary moet opstaan” zamelde geld in voor het beeld, juist op de plek waar sinds 1908 het beeld van Barnet Lyon stond, de man die in 1884 schreef dat het geweld bij het neerslaan van de opstand een ‘geoorloofd middel’ was. De actievoerders waren geïnspireerd door de protestbeweging Rhodes Must Fall.

Zolang reizen lastig is, biedt dit boek een boeiende reis op papier door de gedeelde geschiedenis van Suriname en Nederland. Kastelein heeft ook een wekelijkse uitzending waarin hij vertelt over de monumenten van Paramaribo.

Eric Kastelein, Oog in oog met Paramaribo. Verhalen over het herinneringserfgoed’. Volendam, 2020. LM uitgevers.

prijs: € 24,50

https://lmpublishers.nl/catalogus/oog-in-oog-met-paramaribo/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: