Uitgelicht

Black Achievement Month 2020

‘Ieder verhaal, iedere stem mag én moet gehoord worden!’

Vijfde editie Black Achievement Month eert helden; een maand lang in het teken van gekleurd talent.

De Black Achievement Month heeft dit jaar een veelzijdig en divers programma vol uitzonderlijke en veelbelovende talenten. Een maand lang is er bij diverse theaters, musea en andere cultuurhuizen volledige ruimte voor personen van kleur en de rijkdom aan talenten die er in de zwarte gemeenschap te vinden zijn. 

De Black Achievement Month vindt dit jaar plaats in Amsterdam, Almere, Den Haag, Leiden, Rotterdam, Middelburg, Utrecht. De opening is op 1 oktober in Amsterdam. De maand start op 1 oktober en duurt tot en met 31 oktober. Het complete programmaoverzicht vind je in het online magazine op www.blackachievementmonth.nl

De Black Achievement Month bevat het beste uit de artistieke zwarte gemeenschap in Nederland en daarbuiten, waaronder filmmaker Selwyn de Wind, balletdanser Daniel Robert Silva en zanger Jeangu Macrooy. Dit jaar staat de Black Achievement Month in het teken van helden uit de verschillende gemeenschappen en in het bijzonder helden uit de zorg krijgen dit jaar extra aandacht. In het kleurrijke programma worden, naast artistieke bijdragen, belangrijke verbindingen gelegd op maatschappelijke terreinen waaronder wetenschap, onderwijs, kunst, cultuur en ondernemerschap. Erkenning van al die verschillende verhalen is essentieel gebleken. ‘Ieder verhaal, iedere stem mag én moet gehoord worden’, aldus John Leerdam, artistiek leider.

De Black Achievement Month die dit jaar zijn vijfjarig jubileum viert wordt georganiseerd door het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee). Verschillende cultuurhuizen en instellingen waaronder Internationaal Theater Amsterdam, DeLaMar theater, Het Nationaal Theater, Stadsschouwburg Utrecht, Bijlmerpark Theater, Rijksmuseum, Nationale Opera & Ballet, OBA, Nationaal Museum voor Wereldculturen, De Balie en anderen zijn inmiddels aangesloten. Met de artistieke programmeurs stellen ze een scala aan bijzondere performances, debatten, concerten, films, tentoonstellingen, dans- en theatervoorstellingen samen om ‘black achievers’ en gekleurd talent in de gehele maand oktober te vieren.

Uitgelicht

CALL FOR PANELS: AFROEUROPEANS CONFERENCE 2021 | Brussels

The 8th biennial conference of the Afroeuropeans Network titled “Intersectional Challenges in Afroeuropean Communities” has been announced.

The Afroeuropeans Network conference will be held 7-10 July 2021 in Brussels, on the campus of the Vrije Universiteit Brussel and is organised by an international team affiliated to different universities and in collaboration with academic and non-academic partners across Brussels and beyond. 

The conference aims to consider how Afroeuropean communities are shaped by the intersections of ‘race’ and ethnicity with other markers of identification such as gender, class, sexuality, ability, age, citizenship status, language… Informed by intersectional thinking (Combahee River Collective, 1979; hooks, 1981; Crenshaw 1989) and its rejection of unidimensional perspectives in activism, policy and research, the conference explores how diverse processes of privileging and discrimination interact, making for complex and dynamic experiences of what it means to be Afroeuropean. It acknowledges that the racial and ethnic alterity of Afroeuropeans intersects with other identities (e.g. male, female, queer, working class, religious, disabled, aged…) and specifically seeks to examine to what extent these intersections create new alignments and opportunities.

Keynote speakers: Philomena Essed – Cecile Kyenge – Kehinde Andrews

Find the call for panels + more info about the conference on the website: www.afroeuropeans2021.com

EYE Filmmuseum: Black Light

Met het themaprogramma ‘Black Light’ werpt het Eye Filmmuseum de schijnwerpers op de verbeelding van zwarte identiteit (Black identity) in film, van 1920 tot nu. Eye nodigde tien gastcuratoren uit om voorstellingen te maken.​​​​​​ Wan Pipel (1976), van Pim la Parra is een van de films die in het themaprogramma wordt vertoond. Daarnaast worden er films vertoond die verhalen belichten van tot slaafgemaakten en hun nazaten zoals Almacita di desolato (1986) van Felix de Rooij. Daughters of the Dust (1991) geeft een vertelling van de Gullah gemeenschap in het zuiden van de VS tijdens de Great Migration in het begin van de 20e eeuw.

Daughters of the Dust (Julie Dash)

Ook is er een VR-tentoonstelling van de Amerikaanse Roger Ross Williams, Travelling While Black. Vooraf aanmelden is nodig.

Bekijk op de website het gehele programma dat loopt t/m januari 2021.

artwork: Brian Elstak | Eye Filmmuseum

Persbericht: Facebook en Instagram passen huisregels aan om racisme tegen te gaan

Wel eens op social media je opgewonden over racistische karikaturen? Er vervolgens een melding van gemaakt om antwoord te ontvangen dat het beeld gewoon aan de ‘huisregels’ voldoet? Volgens Facebook en Instagram komt daar nu officieel een einde aan en voldoen deze beelden niet langer aan de zogenoemde huisregels van het platform.

In het kort: de huidige ‘richtlijnen voor de community’ (huisregels) om discriminerende stereotypen te kunnen signaleren en verwijderen van Facebook en Instagram worden aangevuld met specifiek de uitingen van ‘blackface’ en bepaalde schadelijke joodse stereotypen. Hiermee wordt het mogelijk om bij het platform melding te maken van deze discriminerende stereotype afbeeldingen en video’s, waarna deze verwijderd kunnen worden. 

TULA HERDENKING 2020 (stream)

Het NiNsee organiseert in het kader van de Tula Herdenking, een online talkshow.

Het programma bestaat uit live muziek en uiteenlopende gasten afkomstig van vrijwel alle eilanden die samen het Caribisch deel van het Koninkrijk vormen. De thema’s zijn: Verzet, Vrijheid en Identiteit.

Het programma is op TV te bekijken via RTV-7 (ZIGGO/KPN), registreer hier: https://live.dutchwebinar.com/manager/. Of kijk via ninsee.nl en de Facebookpagina’s van stichting Ocan, het Curaçaohuis, Arubahuis en het Sint-Maartenhuis.

Een gesprek met: Hesdy Lonwijk

leestijd: 18 minuten

Onze hoofdredacteur Nicole Sanches sprak met regisseur Hesdy Lonwijk over zijn webdocu Geboeid: een interactieve verbeelding van de geschiedenis die licht werpt op de strijd en overleving van tot slaafgemaakten in Suriname. Ook sprak hij over de veerkracht van de Marrons die hij tot zijn voorouders mag noemen, het moment suprême in hedendaags activisme en over wat hij leest en kijkt om geïnspireerd te blijven. 

Hoe is het proces van de webdocu Geboeid verlopen en wie had je in gedachten toen je het maakte?

Ik werd gevraagd vanuit de redactie van EO en ik was in eerste instantie best wel huiverig. Natuurlijk wilde ik iets maken over het slavernijverleden. Maar ik kijk ook altijd naar wie de betrokken partijen zijn. Hilversum is een wit bolwerk dat (mij als maker) niet meteen uitnodigt om mee samen te werken. Het is ook onveilig omdat, op het moment dat jij dat als zwarte maker daar binnenstapt, je meteen veel moet uitleggen waaronder ook jezelf. Je hebt daardoor al gauw het gevoel dat je je moet verdedigen in de keuzes die je wilt maken. En dat je daarin alsnog wordt overstemd. Met name, als het oncomfortabel wordt, als het pijn gaat doen, als het mensen niet lekker zit. Je zit dan in een keer tegenover een meerderheid. Aan de andere kant: wanneer je wel eindverantwoordelijke bent en je jouw veto ergens over uitspreekt, kan ook dat in je nadeel werken. Ik heb daarom bij het EO project dit allemaal meteen als onderwerp aangekaart en gevraagd onder welke voorwaarden het gemaakt ging worden. Gelukkig stonden ze heel erg open voor het werkproces en wilden ze mij en Aspha Bijnaar daarin volgen. Dat was de eerste horde ik nam. Maar dan houdt het niet op, want je blijft nog steeds corrigeren en bijsturen op dingen die later in het proces gebeuren. Maar, ze waren on board. 

We wilden een breed publiek bereiken, wit en zwart en alle kleurschakeringen daartussen, geschoold en niet geschoold. Ik ben begonnen bij de vraag: wat is de film die ik zou willen zien? Daar begin ik altijd mee, ook nu met mijn eerste speelfilm. De (fictieve) documentaire waarin de tot slaafgemaakten aan het woord komen en ik ze kan horen praten over hun gevoel was nog niet gemaakt. We horen ze niet over hun gevoel praten omdat die emotie hun menselijk zou maken. Destijds in slavernij was het juist zaak om ze als producten neer te zetten. Daar wilde ik dus tegenin gaan. 

Daarnaast besefte ik, dat net als met de tweede wereldoorlog, of de genocide in Congo, die keiharde data van slachtoffers zo groots is dat maar weinig mensen zich er een voorstelling van kunnen maken. Daar kun je moeilijk met je gevoel bij. Ik koos er daarom voor om van macro naar micro gaan: het moesten persoonlijke verhalen worden.  

Ik wilde daarmee juist laten zien dat dit mensen waren met een leven; een hele hoop van hen hadden uiteraard een volwaardig leven voordat de slavernij begon. Ook dit wilde ik laten doorschemeren: dat de geschiedenis van de slaafgemaakten niet begon met de slavernij… vandaar ‘slaafgemaakt’.

Nu ik erover nadenk: eigenlijk zit ik te wachten op de film die gaat over de periode daarvoor. De film die eindigt met de witte mensen die het land opkomen. En dat we dan een film hebben gezien over het leven aan de West-Afrikaanse kust. Goed, voor nu nog een stap te ver. 

Bij het researchen kom je als eerste de gruwelverhalen tegen en het zijn er intens veel ook. Mijn respect bleef groeien in de wetenschap dat zij al deze ellende überhaupt overleefd hadden. Tegelijkertijd maakte het mij ook intens verdrietig. Maar ik moest ondanks dat alles natuurlijk gewoon blijven schrijven en deadlines halen. De verhalen schreven uiteindelijk zichzelf maar de emotie die het bij me losmaakte maakte het moeilijk. Soms dacht ik voor inspiratie aan mijn moeder en dan vroeg ik mij af wat zij in een bepaald geval gedaan zou hebben. Ik dacht ook aan mijn oma, die Aucaans is. Het is een grote verantwoordelijkheid om op de stoel van je voorouders te gaan zitten maar het voelde alsof ze via mijn ouders en grootouders hun verhaal aan mij toevertrouwden.

In de serie Geboeid: terug naar de plantage zien we hoe Dwight van van de Vijver samen met 3 anderen op zoek gaan naar informatie over hun voorouders, bijvoorbeeld via de slavenregisters. Is het oprakelen van informatie over je voorouders iets wat jij belangrijk vindt? 

Daar heb ik wel behoefte aan, maar mijn behoefte gaat veel verder dan de plantage. Mijn familie is Marron dus it’s not a pretty story, ik weet dat ik veel gruwel verhalen ga tegenkomen. Maar er is ook meer. Ik wil graag weten uit welk gedeelte van West Afrika ze kwamen en hoe het leven daar was. En dat is niet omdat ik mijn Marron-voorouders tekort doe, ik ben hartstikke trots op ze. Maar dat andere gedeelte trekt nu net iets harder aan me. 

Het is een grote verantwoordelijkheid om op de stoel van je voorouders te gaan zitten maar het voelde alsof ze via mijn ouders en grootouders hun verhaal aan mij toevertrouwden.

Wat wil je meegeven aan nieuwe kijkers van Geboeid?

Misschien een aloude cliché maar er is geen heden zonder verleden. Ik zie het zo: de geschiedenis houdt nooit op met bestaan. Op het moment dat wij hier praten zijn we letterlijk geschiedenis aan het maken want alles wat ik een half uur geleden heb gezegd is in principe geschiedenis. Uiteraard niet perse belangwekkende geschiedenis, maar toch. Ik vind het bizar dat er een gedachtegang heerst waarin men doet alsof de mensheid uit een ei voortkomt. Dat we daarmee losstaan van de geschiedenis. Men wil zo graag ontkennen wat er gebeurd is dat men er dan maar van maakt dat het lang geleden is. Daardoor hoeft men niet de uitkomst onder ogen te zien van die basis die er toendertijd is gelegd. Mensen willen het vooral niet zien maar een groot gedeelte van de bevolking ervaart wel degelijk de gevolgen van die geschiedenis. Dat daardoor het systeem niet hun voordeel werkt. Voor een aantal uit die groep is de kennis empowering maar voor de meesten is het een  ‘hebi’ (last), letterlijk een trauma dat ze vaak nog onbewust meedragen. En hoe minder bewust je hiervan bent, hoe meer het je in de weg kan staan. 

Enfin, in het beginstadium van het maakproces lag de nadruk sterk op de worsteling: al mijn verhalen liepen in het begin allemaal heel erg slecht. De gruwel, de horror en het lijden is wat vooral naar voren kwam. En op een ochtend werd ik wakker en toen besefte ik ineens: Maar ik ben hier toch? Gek dat ik het alleen maar daarover heb, terwijl ik er ben. Ik ben het levende bewijs dat niet alleen maar een verhaal kan zijn over slachtoffers. Maar eigenlijk… eigenlijk ook een verhaal over mensen die iets hebben overwonnen. Ik ben hier, ondanks en dankzij. Toen wist ik waar Geboeid over moest gaan: een verhaal over veerkracht, resilience, vechtlust. Het leidde automatisch tot een andere ontwikkeling van de verhalen. Ik beschreef nog steeds de gruweldaden maar ik liet ook zien hoe mensen dat overleefden, de kracht die sommigen van hen uitstraalden en de manier waarop zij anderen inspireerden. Daarmee had ik de lijn te pakken van de geschiedenis waarlangs ik wil lopen, waaraan ik me vastklamp. Ook nu. Want als je social media opent en je ziet dat er nog steeds mensen gelynched worden, dat agenten mensen vermoorden op klaarlichte dag, gefilmd door hun eigen bodycams; als dat jouw eigen narratief wordt, dan kun je eigenlijk alleen maar lijden. Dat kan niet anders want het is traumatisch. Maar er zijn natuurlijk ook genoeg voorbeelden waarin je het tegenovergestelde ziet van lijden: zwarte mensen die ‘winnen’.  Let wel: dit is geen ontkenning van white supremacy, want dat is er. Maar er zijn genoeg zwarte mensen die zich ondanks het systeem, omhoog werken. En dat is het verhaal van onze voorouders. Dat soort verhalen moeten we meer zien, van mensen die tegen de stroom in kunnen gaan en zich niet klein laten krijgen. Dat is de reden waarom wij als zwarte mensen hier nog zijn. Die gedachte of beter nog, levensinstelling gaat ons vooruit helpen. We moeten aandacht blijven geven aan al het lijden, maar vanuit een narratief die empowering is. Als we het hebben over George Floyd: het beeld dat je eigenlijk van George Floyd moet laten zien is het beeld van de vader die hij was voor zijn kind, iemand die idolaat was van zijn dochter. Dat was het belangrijkste in zijn leven. Dat is het beeld dat ons kracht kan geven. En niet het beeld van die politieagent die z’n knie op z’n… weet je wel? Dat beeld past teveel in het narratief van de witte man: iemand die superieur is en de zwarte man die lijdt. Beeldvorming matters

Als ik me nu uitspreek en daarmee mijn eigen ruiten ingooi en nooit meer een baan krijg, so be it. Maar ik wil dat mensen bewust raken zodat mijn dochter, wanneer het moment komt dat zij besluit ergens binnen te lopen voor bijvoorbeeld een baan, er niet meer gezegd kan worden “wir haben es nicht gewusst”.

Je bent vader geworden. Ben je door de geboorte van je dochter anders tegen dit soort kwesties aan gaan kijken?

Ik voelde het natuurlijk al, met het creëren van Geboeid. Maar ik denk dat het allemaal inderdaad op z’n plek viel met haar geboorte. Ik wens niemand toe wat ik heb meegemaakt en net zoals elke generatie dat heeft, heb ik nu ook mijn voornemen: het stopt bij mij. Wat ik nu doe, doe ik voor een groot gedeelte ook voor haar. Als ik me nu uitspreek en daarmee mijn eigen ruiten ingooi en nooit meer een baan krijg, so be it. Maar ik wil dat mensen bewust raken zodat mijn dochter, wanneer het moment komt dat zij besluit ergens binnen te lopen voor bijvoorbeeld een baan, er niet meer gezegd kan worden “wir haben es nicht gewusst”. Ik wil dat zij zich vrijelijk kan ontplooien en dan niet binnen de beperking van wat men ‘tolerantie’ noemt. Op een persoonlijk vlak heeft dit me teruggebracht bij mezelf. In die zin dat ik besef dat het een illusie is dat ik de wereld kan veranderen. Maar ik kan wel haar wereld veranderen, ik kan thuis beginnen. En ik heb zelf ook nog werk te doen. Het is heus niet zo dat ik omdat ik een zwarte man ben ik daaraan ontkom. Er is genoeg werk voor mij te verrichten om ervoor te zorgen dat mijn dochter kan opgroeien tot een volwaardige vrouw omdat ze een goed voorbeeld heeft gezien in haar vader. En juist het besef dat ik invloed heb op haar wereld helpt mij ook om weg te gaan van al dat grote waarvan niet zeker weet of ik er invloed op heb. Thuis kan ik ervoor zorgen dat we die erfenis in gereedheid brengen, met zoiets simpels als een boekenkast, met inhoud uiteraard. 

Wat is het eerste boek dat je aan haar geeft? 

Anton de Kom, Wij slaven van Suriname. Voor mij is dat het begin, dat zou het moeten zijn voor iedereen, ook al zijn er meerdere perspectieven. Dit is het boek waarin een persoonlijke beschrijving aanwezig is, naast ook de feitelijke vastlegging van wat er is gebeurd. Maar ook belangrijk in het boek is de veerkracht die we bij Anton de Kom zelf zien. Want hoe anders word je een man die uiteindelijk vrijwillig besluit om je in te zetten voor de strijd voor een ander? Hij hoefde niet bij het verzet te gaan. Hij voelde dat het moest, van zichzelf. Hij was tegen onrecht periodt. En daarin schuilt een ontzettende veerkracht. Het is meer dan alleen heldendom om zich in te zetten voor de zaak van de joodse mensen, in zijn situatie was dat next level. Maar daarnaast zijn er nog heel veel andere boeken, waaronder kinderboeken zoals de boeken van Brian Elstak, de verhalen van Anansi die wat kindvriendelijker zijn en die we nu alvast kunnen delen. Maar het allereerste serieuze boek zal zijn Wij slaven van Suriname

Op de foto: Mapa (Hesdy Lonwijk privé collectie)

De foto van Mapa

In de grote schoolvakantie gingen we naar het dorp van mijn oma in het binnenland van Suriname. Ik was een jaartje of zes oud. Ik had een bepaald ritueel: het eerste wat ik deed was naar de kamer rennen waar mijn broer en ik sliepen en in de hangmat gaan liggen, want ik keek er echt uit om in de hangmat te slapen. Dan ging ik in die hangmat liggen en draaide ik me om zodat ik ondersteboven lag. Dat vond ik zo leuk, om door het spleetje heen te kijken. En terwijl ik zo lag, kon ik dat gevoel van die plek weer pakken voordat ik weer uit de hangmat sprong, omdat mijn oma en mijn vader al snel gingen vissen. Zij gingen dan met een korjaal de kreek af om te vissen en ik zwaaide ze uit. Mijn oma en ik hadden een afspraak met elkaar, nooit afgesproken maar het was gewoon zo: ik mocht als eerste een vis aanwijzen, waarvan ik wilde dat ze die voor mij ging bakken. Die vis ging ze boven het vuurtje speciaal voor mij bakken. En terwijl ze dat deed kreeg ik de nadrukkelijke waarschuwing van mijn moeder om geen eten aan te nemen van vreemden. En ik sloeg dat advies van mijn moeder in de wind. Want meteen daarna liep ik het paadje over naar de overkant van het huis, daar stond een hutje. En dan ging ik op een bankje zitten wachten en niet lang erna kwam er een oude man naar buiten, met spierwit haar. Hij werd Mapa genoemd en ik vond hem magisch. Spierwit haar, een pangi en hele grote, helderbruine ogen. Hij sprak in het Aucaans zoals Aucaans moet zijn, ik verstond er weinig van. Ik zat dan te wachten op het bankje voor zijn hut. Hij wat dingen tegen me, waarop ik “ja” knikte. Hij liep dan vervolgens naar binnen om minuten later met eten naar buiten te komen. Voor mij: fruit, jackfruit, cassave. En daar, op dat bankje was dan altijd mijn eerste maaltijd. Jaren later, zie ik in de kast van mijn vader ineens een foto liggen van Mapa. 

beeld: Hesdy Lonwijk privé collectie

Dus ik vraag aan mijn vader: wat doet die foto van Mapa hier, hoe kom jij hieraan? Mijn vader zegt: “Hoe bedoel je, wat doet die foto hier? Waarom zou ik geen foto hebben van mijn eigen opa?” Ik was zo verbaasd. Want dat betekende dat hij mijn grootopa is. Dat is nooit hardop gezegd, dat die oude man waar ik vanzelf zo naar toe trok en waarmee ik onverklaarde band had, mijn eigen grootopa is. Ik ben zijn achterkleinkind. Hij wist het misschien, maar ik niet. Ik voelde me gewoon aangetrokken tot die plek. Het hoorde voor mij bij het ritueel. Toen viel heel veel op z’n plek. Een klein voorbeeld is het uiterlijke kenmerk dat ik lichtbruine ogen, net als mijn vader en mijn oma. Dat heb ik dus van mijn grootopa. Het is iets heel kleins, maar ik zag daarmee hoe dingen worden doorgeven, of het nou fysiek of intuïtief is. Ik hoop dat er met dat gegeven ook een zaadje is geplant in mij: ik ben hier dankzij hun. Die foto, besef ik me nu, moet ik uitvergroten en aan de muur hangen. Het verleden en het heden komen daarin samen. 

Er is een bewuste, stelselmatig en kwaadaardige verzwijging van dat deel van de geschiedenis en het leidt ertoe dat mensen niet snappen dat ik hier ben omdat zij daar waren. 

Waar leerde jij voor het eerst over de slavernijgeschiedenis?

Op school in Suriname. Ik ben in Suriname geboren en ik heb daar de lagere school en een jaar Mulo gedaan. Dat wordt hier gezien als Mavo, maar het is eerder Havo, op sommige vakken zelfs VWO-niveau want ik kon moeiteloos doorstromen naar het Atheneum toen ik hier aankwam. De geschiedenis die ik in Suriname kreeg onderwezen was de reden dat ik in de brugklas in Tilburg tijdens de geschiedenisles steil achteroverviel toen ik mijn boek opendeed en het eerste wat ik las was over ‘de Gouden Eeuw’. Ik leerde in Suriname onder andere al over wat de Spaanse Bok was en vervolgens was het ineens de Gouden Eeuw na mijn aankomst in Nederland. En ik maar bladeren, drie pagina’s naar voren, drie pagina’s terug. En ik dacht: He? Dit ligt toch niet aan mij? Ik heb mijn hand opgestoken en de leraar gevraagd, met nog een heel dik Surinaams accent: Meneer, waar is de rest? Hij liep rood aan, trok z’n schouders op. De rest van de klas keek heel glazig, zij wisten niet waar ik over had. Toen is hij verder gegaan met de les. En besef je, al die leerlingen met wie ik toen ik dat jaar zat zijn nu zelf ouders. Ik kan heel makkelijk het verband leggen tussen hoe ik met geschiedenis ben opgevoed tegenover hoe anderen in mijn omgeving zijn opgevoed met geschiedenis en daarom vanuit dat onbegrip reageren. Er is een bewuste, stelselmatig en kwaadaardige verzwijging van dat deel van de geschiedenis en het leidt ertoe dat mensen niet snappen dat ik hier ben omdat zij daar waren. 

Wat zie jij als de belangrijkste erfenis van het slavernijverleden?

Voor wie precies? Wiens erfenis? Het hele land zoals het nu is, is gebouwd op die erfenis. En we moeten ook Indonesië meenemen daarin, dus de WIC én de VOC. Het feit dat er nog steeds zoiets bestaat als een Gouden Koets met die bijbehorende afbeeldingen waar men geen afstand van kan nemen; het feit dat men zo fanatiek een volksfeest in ere wil houden vertelt mij dat men zich niet weet waar hun erfenis op gestoeld is. Of men wil het niet weten… De belangrijkste erfenis voor de witte mens is zou ik uiteindelijk simpelweg samenvatten met ‘witte superioriteit’. En ik kan mij voorstellen wat voor privilege dat moet zijn, en dat het voor de witte man en witte vrouw ontzettend empowering is. Het kwalijke daarvan is dat het ten koste gaat van andere mensen; dat je daarvoor je zwarte medemens nodig hebt is kwalijk. 

De belangrijkste erfenis voor ons is trauma, of je het nou weet of niet. Je hebt mensen die zeggen ik heb geen last van m’n kleur. En dan ik denk ik man (tjoerie), ik gun je die uitspraak hoor maar zelfs als je er zelf geen last van hebt zou je moeten beseffen dat het erkennen van andermans pijn onderdeel zou moeten zijn van wie je bent. Denken dat het trauma jou niet raakt omdat jij jezelf dat hebt wijsgemaakt is één ding. Daarmee anderen afvallen… tja. Ik geloof dat het generatietrauma zich heeft doorgezet in onze handelingen, structuren, omgangsvormen binnen onze eigen community. Ik begrijp via mijn eigen opvoeding waar lijfstraffen precies zijn ontstaan. Je kan het uiteraard niet met elkaar vergelijken in ernst maar dat er vrij vaak meteen lichamelijk gestraft wordt… waar hebben we dat al eerder gezien? Of colorism: mijn dochter heeft niet hetzelfde kroeze haar als ik. Kan ik het mensen kwalijk nemen wanneer ze naar mijn kindje wijzen en zeggen “oh, zij heeft ‘goed’ haar”. Ze bedoelen het goed, als compliment zelfs, maar het is problematisch. Het is ons trauma. Ik ga er op mijn manier mee om. Dat betekent voor mijzelf dat ik  – daar waar nodig – psychologische begeleiding zoek voor hetgeen dat zich openbaart in mijn privéleven met betrekking tot generatie-trauma. Ik moet eraan blijven werken en dat werk gaat verder dan het filmmakerschap. Misschien gaat het ook verder dan mijn kleur alleen. Het gaat over mijn menszijn en dat vergt sowieso veel werk. 

Hoe en wat herdenk je?

Ik ben net als iedereen begonnen met het moment van afschaffing van slavernij. Toen ik in Suriname woonde, was Keti Koti een nationale feestdag. Dan verzamelden we bij het standbeeld van Kwaku, bij de Zwartenhovenbrugstraat en dan was het gezellig, een feestje. Nu vind ik het veel belangrijker om voorbij die ene dag alleen te herdenken en dagelijks gestalte te geven aan wat het betekent om nu hier te zijn en te staan op de schouders van mijn voorouders. Om die reden gebruik ik het herdenken als een herinnering aan het feit dat ik het nu zo goed heb. Ontzettend goed, in vergelijking met wat zij hebben moeten verdragen. En dat het me de kans biedt om zoveel meer te doen. Ik mocht naar school terwijl mensen toen niet eens Nederlands mochten leren of hun eigen geloof mochten belijden. De geschiedenis is mijn reminder aan het verzet in het verre verleden, maar ook recente verleden. De mensen die in de jaren ‘60, ‘70, ‘80 activistisch waren moeten we ook zeker niet vergeten. Activisme is dagelijks werk en dus kan en ik wil ik mij niet beperken tot die en dag van gezelligheid alleen. Ik vind het samenkomen nog steeds heel fijn, maar voor mij persoonlijk, blijft het daar niet bij. 

Op een macronivo denk ik dat herdenken vanzelfsprekend zou moeten zijn en vooral nationaal gedaan zou moeten worden. Helaas is dit niet het geval, terwijl herdenken wel een erkenning is van wat er is gebeurt. Waarom praten we anders over een gedeelde geschiedenis? Dat was met Geboeid ook één van de uitgangspunten: een gedeelde geschiedenis erkenning van het lijden dat heeft plaatsgevonden. Ik vind dat een herdenking daarom met alle middelen ondersteund moet worden, ook financieel en dan niet met een schijntje terwijl er aan de andere kant een herdenking plaatsvindt waar de gehele koninklijke familie op af komt en waar er een veelvoud aan wordt besteed. Ik zou zeggen: Verleg de empathie die je hebt voor jezelf als slachtoffer, ook naar andere slachtoffers. 

We zijn compleet met onze fouten, met onze valse noten. Wanneer we onze menselijke tekortkomingen kunnen accepteren zijn we in wezen compleet en dus perfect. Dan klinken we zoals we moeten klinken.

De wijlen rapper Nipsey Hussle zei in een van z’n nummers “the greatest human act is to inspire”. Wie is jouw top 5 van inspirerende mensen? 

Ik zou het geen top 5 maar een lijst noemen, zonder de benummering erbij. En als die lijst al ergens begint is het bij onze voorouders. Ik kan me daar niet los van maken, ik kom niet uit een ei. Ik kan alleen maar dingen doen en roepen dankzij hun. 

Het is een eigenlijk een top 1 en daarin zijn mijn voorouders vertegenwoordigd: de marrons. Ik ben wie ik ben door hen en de strijdlust die ik in mij draag is aan mij doorgegeven. Als ik ooit zou zeggen I am not my ancestors dan is dat alleen omdat ik me niet waardig zou voelen om in hun schoenen te staan. Ik kan alleen maar dromen van zoveel moed. 

En dan volgt de rest van het lijstje. Het is eigenlijk een gezelschap van zowel Surinaams, Nederlandse als Antilliaanse als Amerikaanse schrijvers, cultuurmakers, denkers, artiesten, activisten zoals Fanon, de Kom, Nina Simone, Baldwin, Malcom X. Eigenlijk al die mensen die op hun manier hun stem hebben laten horen. Of het nou was via de pen, muziek of puur activisme, dat hele groepje. De één gaat niet boven de ander. 

En dan ook de mensen die voorop lopen in de strijd. Dan bedoel ik ook de mensen waarmee ik het niet altijd even eens ben, echt allemaal. Ik spreek mijn steun uit, we’re gonna figure it out. De burgerrechtenbeweging in Amerika loopt tientallen jaren voor op ons. Ik denk dat ze daar veel beter hebben uitgedacht wat de algemene strategie zou moeten zijn. Hier nog niet, maar ik schaar me überhaupt achter m’n zwarte medemens die z’n nek uit durft te steken en op de voorgrond treedt. Van Mitchell Esajas tot Akwasi, Jessica Abreu, jij, Shamira Raphaela met haar documentaire Ons Moederland, Brian Elstak. En ze nemen best wat risico’s daarmee. Neem nou Brian: any time of the day heeft hij zijn platform beschikbaar. Zou slecht kunnen zijn voor zijn inkomsten maar hij kiest ervoor om zich uit te spreken. En dat ook nu te blijven doen, ongeacht de consequenties. Dat geldt wel voor meer en daarom alleen al verdienen ze enorm veel respect. 

Hoe kijk je naar je toekomst als filmmaker en het werk dat je nog wil maken?

Film is nooit objectief en ik neem dan ook stelling als filmmaker. Door stelling te nemen kan ik juist nuanceren. Wat ik doe… wat ik wil doen is een stem geven aan de mensen die niet gehoord worden. Film kan een machtig medium zijn dus je hebt als maker een enorme verantwoordelijkheid. Mijn podium gebruik ik nu vooral om ownership te claimen. We staan aan het begin van een lange weg en gaan best veel fouten maken onderweg. Kafka op het strand: er zullen heel veel imperfecte noten tussen zitten. Maar ik denk dat dat het verhaal compleet maakt. Als ik mijn fouten onderken leer ik ervan. Het gaat er dan alleen nog maar om dat ik  genoeg kansen krijg onderweg zodat ik het geleerde in de praktijk mag brengen. Echte gelijkwaardigeid, zeg maar. Dat ik mag falen als maker en dan nog een kans krijg om het weer te proberen, net zoals veel andere witte makers. Maar we hebben hierin ook een eigen verantwoordelijkheid: door niet af te wachten. Door te blijven leren. Zo gaan we groeien, zo kan ik als maker blijven (mee-)groeien. 

We zijn niet Jan Slagter. We weten dat racisme niet begonnen is met George Floyd. Wij weten dat er van racisme niet pas sprake is wanneer de politie je neer schiet of etnisch profileert. We weten dat racisme institutioneel is. En dat er ruim 400 jaar aan gewerkt is. Dus dat systeem is inmiddels zo goed als perfect. Het betekent dus dat de weg lang is, ook al zijn we nu even in een versnelling aanbelandt. Maar ondanks dat moeten we positief blijven. De toekomst is nu. Mijn toekomst is nu. If not now, then when? Dit is het moment in de geschiedenis die we misschien gaan aanwijzen als het kantelpunt. Ik hoop het echt. En ondertussen onderneem ik ook actie door binnen de community samenwerkingen aan te gaan (met o.a. Leroy Niemel en Steven Alspeer). Wij gaan onszelf richten op onze eigen empowerment, mental health. Op ownership en op educatie. Welke lessen geven wij door aan de volgende generatie? Mijn vader vertelde me, toen ik net in Nederland aankwam dat ik twee keer zo hard zou moeten werken. En dat om alleen maar op dezelfde plek uit te kunnen komen. Diezelfde wijze les impliceert echter iets anders en dat is dat ik genoegen moet nemen met de helft van wat mij toekomt. Dat wil ik doorbreken. Als mijn dochter twee keer zo hard werkt, dan verdient ze ook twee keer zoveel. Dat is het streven vanaf nu.

Hesdy’s tips

Boek: Kafka op het strand, Haruki Murakami, genre magisch surrealisme.

Want: We zijn compleet met onze fouten, met onze valse noten. Wanneer we onze menselijke tekortkomingen kunnen accepteren zijn we in wezen compleet en dus perfect. Dan klinken we zoals we moeten klinken. 

Serie: Watchmen

Want: Binnen een fantasiewereld van anti-helden hebben de makers het lef gehad om de verbeelding te vertalen naar de huidige tijdsgeest om het te hebben over racisme. De serie begint met Tulsa, met de vernietiging van Black Wall Street.

Film: Spider-man: Into the Spider-verse

Want: Een hele krachtige boodschap aan onze kinderen die gaat over gelijkwaardigheid en je zelfvertrouwen mogen hebben over wat jij kan en wat jij toe te voegen hebt aan de wereld. Jouw leven, met je eigen problematiek en je eigen battles om te strijden, doet niet onder voor dat van een ander. 

Film: Les Miserables (2019)

Want: Ladj Ly, een maker, van Noord-Afrikaanse origine,  heeft eigenlijk het verhaal terug geclaimd. Deze film keert letterlijk terug naar de wijk Montfermeil waar Victor Hugo zijn verhaal situeerde en wat dus nu een banlieue is. Het is een verhaal over polarisering,maar ook empowerment en belonging. En de maker laat zien dat je dit genuanceerd kan doen, driedimensionaal.. Aanrader. 

Interview: Karwan Fatah-Black

Karwan Fatah-Black, historicus, auteur en universitair docent koloniale geschiedenis. Tevens oprichter van de Landelijke Onderzoeksagenda Slavernijwetenschappers. Op 30 juni hield Fatah-Black de jaarlijkse Keti Koti lezing tijdens de Nationale herdenking. Sylvana Terlage (NiNsee) interviewde hem voorafgaand aan zijn lezing.

Karwan Fatah-Black

Je hebt als historicus inmiddels enorm veel kennis rondom het slavernijverleden vergaard en ook een aantal boeken gepubliceerd over het onderwerp. Hoe ontstond deze interesse voor dit verleden bij jou?
“Van huis uit heb ik meegekregen dat de geschiedenis die machthebbers vertellen misleidend is. Bij ons thuis werd het belangrijk gevonden dat we de ware geschiedenis vertellen over het verzet tegen fascisme en over oppositiebewegingen tegen de dictaturen van Soeharto, Pinochet en Saddam. Misschien heeft dit onbewust ook meegespeeld dat ik me al snel thuis voelde bij de geschiedenis van slavernij en clandestien verzet. Het is bij uitstek een veld waar macht en ongelijkheid zichtbaar is in de archieven en de kennis die we opbouwen.”

Wat zijn  in jouw optiek nog (te veel) onderbelichte delen uit dit verleden? 
“Er is natuurlijk erg veel onderzoek gedaan naar het slavernijverleden. Toch staan er nog steeds heel wat vragen open. De slavenhandel uit met name de zeventiende eeuw mag echt nog wel eens goed worden doorgelicht. Er ontbreekt nog veel kennis over de betrokken handelaren en de relatie met het buitenland. Maar ook met de economische geschiedenis van de slavenhandel hebben we nog maar een tipje van de sluier opgelicht. Bovendien is er nog heel veel te onderzoeken en te vertellen over de verschillende grote opstanden die er zijn geweest in die periode.”

Waarom is het zo belangrijk dat dit (deels verborgen) verleden duidelijker en meer naar de voorgrond komt in Nederland?
“Het afschaffen van de slavernij is een van de belangrijkste verworvenheden die we hebben. Maar die afschaffing is op veel manieren onvoltooid. Niet alleen is er nog altijd veel dwang en ongelijkheid, er is ook een erfenis van deze geschiedenis. Dat onderkennen en bestuderen kan helpen om de samenleving van vandaag en de toekomst eerlijker en gelijker te maken.”  

We zeggen dat zo makkelijk: het is gevoelig of het is beladen.

Wat zijn momenteel thema’s binnen dit onderwerp waar je je de komende periode in wilt verdiepen?

“Ik zou beter willen begrijpen hoe de verschillende transformaties in het denken over ras en slavernij zich hebben voltrokken. En dan met name in de Nederlandse culturele en sociaaleconomische context. Voor het buitenland bestaan hier al boeiende studies over, maar voor Nederland is het aanbod nog te mager. En het zou dan vooral interessant zijn om in die analyse macht, internationale betrekkingen en elitecultuur te betrekken en niet weer een uitsluitend op economie gericht onderzoek te doen. De familie Oranje-Nassau loopt natuurlijk als een rode draad door de geschiedenis van de Nederlanden. De Oranjes hebben op cruciale momenten een nieuwe draai gegeven aan de ontwikkeling van het Nederlandse wereldrijk en daarmee ook het slavernijverleden, dat zou ik graag beter willen onderzoeken en begrijpen.”

Het slavernijverleden blijft een beladen onderwerp ook in Nederland. Hoe zie jij die bredere verandering in bewustwording en aandacht voor het onderwerp voor je?

“We zeggen dat zo makkelijk: het is gevoelig of het is beladen. Maar ik vind het erg verhelderend om dan altijd even door te vragen: wat is er gevoelig en wat is er beladen? En dan merk je dat een groot deel van de main stream gewoon niet gewend is om over deze geschiedenis te praten. Maar dat begint wel steeds meer te komen. Kijk maar naar Museum van Loon en de radio-uitzendingen van Duin en Bouva over hun familieverleden. Het slavernijverleden is nu al 14 jaar onderdeel van De Canon van Nederland. Het hoort er gewoon bij. Er is heel erg veel belangstelling: er is behoefte om te leren hoe we er over kunnen praten en denken. Ik word bij de meest eerbiedwaardige genootschappen uitgenodigd om er over te praten. En daar doet men helemaal niet moeilijk.

We moeten ons niet te veel af laten leiden door de extremistische uithoeken die deze geschiedenis agressief weg willen stoppen. Ik las in de Elsevier een artikel waarin het slavernijmonument in Hoofddorp belachelijk werd gemaakt. Die theatrale agressie is deel van een harde racistische subcultuur. Daar moeten de meeste mensen gelukkig uiteindelijk toch niks van hebben.”

In de lezing wil ik het hebben over de ideologische strijd die er in Nederland ontstond na de slavenopstand op St. Domingue onder leiding van Toussaint L’Ouverture en vervolgens het uitroepen van de onafhankelijkheid van Haïti door Jean Jacques Dessalines.

Je gaat ook voor ons dit jaar de Keti Koti Lezing verzorgen, kun je vast een tipje van de sluier weggeven van je lezing?

“Dat Nederland nogal laat was met het afschaffen van de slavernij weet iedereen inmiddels wel. Maar door de manier waarop we altijd met die datum van 1 juli 1863 en de tien jaar staatstoezicht bezig zijn vergeten we de internationale context en de lange voorgeschiedenis. De geschiedenis ontwikkelt zich niet rechtlijnig naar steeds meer vrijheid, maar kent scherpe bochten en soms lange omwegen. In de lezing wil ik het daarom hebben over de ideologische strijd die er in Nederland ontstond na de slavenopstand op St. Domingue onder leiding van Toussaint L’Ouverture en vervolgens het uitroepen van de onafhankelijkheid van Haïti door Jean Jacques Dessalines. Met beide momenten werd heel erg meegeleefd in Nederland, veel meer dan nu vaak wordt gedacht.”

Tot slot hoe ga je dit jaar zelf Keti Koti vieren?
“Meestal ben ik bij de plechtigheid en doe ik mee aan debatten en andere evenementen. Dit jaar gaat het allemaal anders zijn, maar hoe weet ik nog niet.”

Dit interview verscheen eerder op de website van NiNsee.

Onderzoek gestart op Curaçao over doorwerking van slavernij

Historici van de Radboud Universiteit starten samen met het Nationaal Archief Curaçao en de University of Curaçao Dr. Moises Da Costa Gomez een project om onderzoek te doen naar de doorwerking van slavernij in de levens van de inwoners van Curaçao tussen 1839 en 1950. Als eerste resultaat worden op 17 augustus 2020 het slavenregister en de emancipatieregisters van Curaçao gepubliceerd op de websites van de Nationale Archieven van Curaçao en Nederland.

Review: Victor Sonna | 1525

Het Van Abbemuseum bekent kleur?

beeld: Yvette Kopijn & Pim Deul

Yvette Kopijn en Pim Deul, 24 juli 2020

Afgelopen zaterdag, 18 juli jl., woonden wij de opening bij van de tentoonstelling ‘1525’ van de Eindhovense kunstenaar Victor Sonna in het Van Abbemuseum te Eindhoven. De tentoonstelling belicht zijn ontdekkingstocht naar het gedeelde slavernijverleden en toont werk dat voor het eerst samenkomt in een solotentoonstelling.

Victor Sonna (1977) werd geboren in Kameroen. Op zijn 19e kwam hij naar Nederland, op zoek naar een beter leven. Hij bezocht de Design Academy in Eindhoven, waar hij sindsdien woont en werkt. Tijdens een bezoek aan het Amerikaanse New Orleans in 2015 deed Victor een bijzondere aankoop. Hij kocht handboeien van een tot slaaf gemaakte, waarin het  nummer 152 was gegraveerd. Al was hij voordien nooit echt bezig geweest met de geschiedenis van slavernij, de aankoop van de boeien vormde het startpunt om de confrontatie aan te gaan met het slavernijverleden – en daarmee met zichzelf.

“Voorheen was ik een donker iemand die niet donker was of soms vergat dat hij donker was […] Blijkbaar had ik een manier gevonden om dat soort dingen te negeren, weg te stoppen . Omdat ik de confrontatie niet aan wilde gaan”, zegt hij daarover in een interview met het Eindhovens Dagblad (19 juli 2020).

Sonna begon aan een persoonlijke ontdekkingsreis langs o.a. Ghana en Suriname. Het resultaat: 152 kunstwerken, 6 films en 52 prints, die hij heeft verwerkt in 3 reeksen: Bleek en Stof, Suiker en Rubber, en Kaarten. Een indrukwekkende verzameling objecten, en toch willen wij enkele kanttekeningen plaatsen bij de tentoonstelling ‘1525’. 

Allereerst: het Van Abbemuseum maakt in haar collectie plaats voor het werk van Sonna op een moment dat de Black Lives Matter (BLM) beweging luid van zich laat horen. Opvallend genoeg heeft Sonna zelf geen behoefte om de straat op te gaan. Hij blijft liever toeschouwer, zegt hij in een interview in Trouw (18 juli 2020). Sonna construeert daarbij een in onze ogen oneigenlijke tegenstelling tussen polarisatie en dialoog. Volgens Sonna zouden de BLM-protesten tot polarisatie leiden, terwijl hij in zijn werk juist de dialoog zou opzoeken. Voor Sonna is de tentoonstelling vooral een oefening in hoe we onszelf in de ander tegenkomen. De vraag is evenwel: wie is hier ‘de ander’, en met wie en vanuit welk perspectief wordt hier de dialoog aangegaan? Met andere woorden: welk publiek heeft de kunstenaar primair in gedachten – en daarmee ook het museum?

beeld: Yvette Kopijn & Pim Deul

Een tweede kanttekening die wij willen plaatsen is dat de tentoonstelling ‘1525’ wordt aangekondigd binnen het kader van het platform Musea Bekennen Kleur, een platform van musea waar ook het Van Abbemuseum bij aangesloten is en dat ernaar streeft om diversiteit en inclusie duurzaam te verankeren in de museumpraktijk. Toch vielen ons juist wat betreft die museumpraktijk een aantal zaken op. Waar zijn de genodigden van kleur – in het bijzonder die van Afro-Surinaamse -en Ghanese afkomst? Is het niet hun familiegeschiedenis die in deze tentoonstelling verbeeld wordt? Verdienen zij niet een speciale plek op de opening van deze tentoonstelling?En hoe kan het dat de suppoosten niet gebriefd zijn over de kunstenaar, diens werk en de gedeelde geschiedenis die hij zichtbaar probeert te maken? Opvallend was ook de houding van de, veelal vrouwelijke, suppoosten jegens de schaarse genodigden van kleur. Zij voelden zich duidelijk niet op hun gemak in hun nabijheid, alsof zij geen bezoekers van kleur gewend zijn. Het beantwoorden van vragen bleek een pijnlijke exercitie, waarbij oogcontact met de gekleurde genodigde meermaals vermeden werd en alleen de witte mede-genodigde werd aangekeken.  

De vraag die wij hier willen stellen is: begint het verankeren van inclusie en diversiteit niet juist bij de museumpraktijk zelf: bij het betrekken van de mensen op de werkvloer bij de diversiteit en multiperspectiviteit die het museum wil uitdragen? 

Ten aanzien van de tentoonstelling zelf valt op dat er bij deze officiële opening geen welkomstwoord werd uitgesproken door een afgezant van het Van Abbemuseum, een hoogwaardigheidsbekleder of de kunstenaar zelf. Mogelijk heeft dit te maken met de voorzorgsmaatregelen die het museum moest treffen met het oog op de Coronacrisis. Toch blijft het opmerkelijk dat niet is gezocht naar een alternatieve wijze om de genodigden te verwelkomen, het hoe en waarom van deze tentoonstelling toe te lichten en de context te schetsen waarin de tentoongestelde werken begrepen moeten worden. Een eenvoudige flyer of brochure en/of een videoboodschap hadden hier uitkomst kunnen bieden. Zo’n van tevoren opgenomen boodschap had bovendien de betrokkenheid van het museum bij de thematiek van de tentoonstelling en bij de kunstenaar kunnen onderstrepen. Tijdens een persoonlijke ontmoeting met Victor Sonna hebben wij dit punt aangekaart. Sonna deelde onze mening niet en gaf aan ‘dat kunst voor zichzelf moest spreken’. Voor deze benadering valt veel te zeggen, maar het is natuurlijk wel de bedoeling dat je weet waar je naar kijkt.  

Al met al genoeg stof om te bespreken in de expertgroep van Musea Bekennen Kleur! 

Yvette Kopijn is schrijver, onderzoeker en erfgoed/educatiespecialist. Als buitenpromovenda is zij verbonden aan de Amsterdam School for Historical Studies (ASH), waar zij werkt aan een promotieonderzoek naar familie, migratie en overlevingskunst onder 3 generaties Javaans-Surinaamse vrouwen. Buiten de universiteit legde zij levensverhalen van Javaans-Surinaamse resp. Indisch/Indonesische/Molukse ouderen in het boek Stille Passanten (LM Publ. 2008) en Antara Nusa (LM Publ. 2018). Vanuit stichting Zieraad en vanuit Stichting Zieraad werkt zij aan het zichtbaar maken van ongehoorde (koloniale) verhalen en geschiedenissen. Met educatieve programma’s als Ancestors unKnown Nederland en Tracing Your Rootsnodigt zij jongeren uit om op zoek te gaan naar hun voorouders en (familie-)geschiedenis, om vanuit een stevig verankerd zelfbeeld aan hun toekomst te bouwen. Yvette Kopijn maakt deel uit van de expertgroep van Musea Bekennen Kleur.   

Pim Deul is eigenaar/oprichter van PDDLegal Adviseren & Procederen.Naast zijn juridische werkzaamhedenmaakt hij zich sterk voor ‘de zwarte zaak’. Zo is hij o.m. voorzitter van het AfroVibes Performing Arts Festival, medeoprichter van Smart Zwart Collective, een etnisch divers collectief van (invloedrijke) professionals, denkers en doeners en één van de initiatiefnemers van de Waarheid -en Transformatie Commissie, die is belast met het terugdringen van kansenongelijkheid in het onderwijs en op de arbeidsmarkt in de Amsterdamse metropool. Tenslotte is Pim Deul oprichter en curator van het kunstplatform Pimple’s Art Platform. Als kunstliefhebber gelooft hij heilig in de kracht van creativiteit als tool voor positieve identiteitsvorming onder leden van de Afrikaanse diaspora.